1 2 3c

Totale besoekerstal

Artikels vertoon Trefslae
6708186

Besoekers aanlyn

Ons het 29 gaste en geen lede aanlyn

 

  Videos en Toesprake

St Helena projek 200

Teken aan

Afrikaner

INSIGGEWENDE ONDERHOUD MET DIE HOOFREDAKTEUR VAN DIE REFORMATORIESE KOERANT WERP LIG OP TYD VAN TOEKA TOT NOU

MNR. STEEF DE BRUIJN: "DIT IS VIR MY DIE ALLERBELANGRIKSTE DAT ONS LESERS ALTYD DAAR STAAT OP KAN MAAK DAT HULLE 'N KOERANT KAN LEES WAT SY CHRISTELIKE BEGINSELS HOOG IN DIE VAANDEL HET STAAN".

2021 07 04 1Geagte leser. U sal u ongetwyfel nog die vraaggesprek onthou, wat ons op 15 Mei nav. 50 jaar Reformatoriese Koerant gehad het met ds Oosten. As vervolg op waar ons storie geeindig het, was mnr. Steef de Bruijn, die huidige hoofredakteur van hierdie koerant bereid om nog meer te vertel oor al die jare dat die RD nou reeds mag bestaan. Met hom maak ons 'n reis deur die tyd en beleef u as leser hoe die dagblad hom ontwikkel het.

"Meneer de Bruijn zou u allereerst iets over uzelf willen vertellen aan de lezers?"

"Sinds 1996 werk ik bij het Reformatorisch Dagblad in Apeldoorn, maar ik ben geen journalist van huis uit. Ik ben geboren in Zeeland, in Sint-Maartensdijk, in 1962. Mijn vader werkte bij een loonbedrijf in de landbouw, dus het was niet zo vreemd dat ik wilde gaan studeren aan de 2021 07 04 2Landbouwuniversiteit Wageningen. Ik volgde de studie plantenziektenkunde; daarna heb ik een aantal jaren wetenschappelijk onderzoek verricht bij de vakgroep plantenfysiologie, naar de invloed van plantenhormonen op de groei van zaden.
Wat mij persoonlijk betreft: ik woon in Achterberg, een dorp vlakbij de Rijn, op de rand tussen de provincies Utrecht en Gelderland. Mijn vrouw en ik hebben zeven kinderen ontvangen en intussen ook elf kleinkinderen. Zondags bezoeken we de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland in onze woonplaats, waar ik ouderling ben.”

"U bent sedert 1 maart 2017 hoofdredacteur. Zou u kunnen uitleggen wat deze functie precies
inhoudt?"

"Dat is een mooie vraag. Als hoofdredacteur ben je eindverantwoordelijk voor alle artikelen en andere producten van het Reformatorisch Dagblad en het familieblad Terdege. Ons mediabedrijf heeft zowel een hoofdredacteur als een directeur. De directeur, Cornell Heutink, is verantwoordelijk voor de commerciële kant van ons bedrijf, denk aan de advertenties en de abonnementen.
De hoofdredacteur is verantwoordelijk voor de redactie, voor de inhoud van de artikelen.
Soms denken mensen dat je dus álles van te voren leest, voor het in de krant komt. Dat is natuurlijk onmogelijk, want we maken dagelijks honderden artikelen, interviews en reportages, we plaatsen tientallen foto’s, we maken video’s, we zetten heel veel berichten op internet enzovoort. We doen dat met vele tientallen collega’s en in de praktijk word ik alleen betrokken bij de lastige of gevoelige kwesties. Dat zijn bijvoorbeeld de opiniërende hoofdartikelen, commentaren, waarvan ik een deel ook zelf schrijf. Maar dat zijn natuurlijk wel de kwesties en de artikelen die de koers en de kleur van het RD bepalen. Ook die keuzes maken we uiteraard gezamenlijk: we werken nauw samen met de twee adjunct-hoofdredacteuren en met de diverse hoofden van de redacties.”

"Helder. Hoe bent u zo terecht gekomen bij het Reformatorisch Dagblad?"

"Het wetenschappelijk onderzoek in Wageningen beviel me goed, maar het was moeilijk om daar een vaste baan te krijgen. Daarom keek ik ook naar werk elders. Ik solliciteerde daarom op een vacature bij de wetenschapsredactie van het RD, waar ik mijn kennis uit mijn studie en vorige werk goed kon gebruiken. Natuurlijk is werken bij een dagblad totaal anders dan het schrijven van een wetenschappelijk artikel, maar ik had aan de universiteit wel geleerd om kritisch te denken en goed te analyseren.
Daarbij had ik in Wageningen ook de snelle ontwikkelingen op het gebied van digitale media en internet van dichtbij meegemaakt. Ik herinner me nog de uitvinding van de hyperlink, in 1991,waardoor het World Wide Web is ontstaan. Die ontwikkeling had ook veel invloed op het werk van een dagbladredactie. Daarom raakte ik bij het RD van lieverlee betrokken bij strategische projecten van ons bedrijf en assisteerde ik de hoofdredactie. In 2004 ben ik adjunct-hoofdredacteur geworden."

"We gaan even terug naar het allereerst exemplaar wat van de persen rolde. Hoe zou u de ontwikkelingen hierna kenschetsen. We doelen dan op de uitbreiding van lezersbestand en/of andere zaken die voor de lezers van belang zijn om te weten?"

"Ik was nog maar 9 jaar oud toen op 1 april 1971 de eerste krant van de persen rolde. Mijn vader was destijds nog betrokken bij de abonneewerving in mijn geboorteplaats. In andere media werd er wat schamper gedaan over het initiatief, maar zoals u hebt kunnen lezen in het interview met ds. Oosten:de oprichters vervulden hun taak in diepe afhankelijkheid van de Heere God, Die dat werk heeft willen zegenen. Het initiatief werd gedragen door het gebed van velen. Dat betrof overigens niet alleen de periode vóór de eerste krant, maar ook daarna.
Voorafgaand aan die 1e april 1971 werd er meer dan 1 miljoen gulden bijeengebracht om de onderneming te kunnen beginnen en er hadden zich circa 16.000 aspirant-abonnees aangemeld. Dat aantal groeide snel toen de krant eenmaal dagelijks verscheen. In zes weken tijd nam het aantal, tot ieders verwondering, toe tot 25.000.”

"Nog geen jaar na het verschijnen van het RD, zoals het dagblad al snel werd genoemd, werd er al een eigen bezorgdienst op poten gezet die alle lezers van de provincies Groningen tot Zeeland bediende. Hoe kwam deze tot stand?"

"Toen het RD van start ging, deelde directeur Bokma de abonnees mee dat hij gebruik wilde maken van de treinen voor de hoofdverbinding en een netwerk van plaatselijke bezorgers. Dat bleek in de praktijk onmogelijk en dus werden de eerste kranten bezorgd via het toenmalige postbedrijf, de PTT.(Post-Telegraaf-Telefoon)
In die tijd bezorgde de PTT nog tweemaal per dag de post en de avondkrant kwam dus de volgende morgen bij iedereen in de brievenbus. De datum op de krant was niet die van de dag van het drukken maar van het bezorgen. Deze bezorging verliep echter niet vlekkeloos, want het Postbedrijf moest zich instellen op zo’n flink aantal kranten en vooral op maandagen ging het dikwijls fout. Er ging een spoedtelegram van de centrale directie van PTT naar alle postkantoren met de dringende wens om tijdige bezorging van de krant te garanderen…
Dat duurde tot maart 1972, een klein jaar dus, toen er een compleet eigen netwerk van bezorgers was opgetuigd. Nu werd de datum op de krant die van de dag waarop de krant gedrukt werd, we werden officieel een avondkrant. De postbezorging kon geleidelijk worden afgebouwd: een paar maanden later werd de helft van de kranten al met eigen bezorgers rondgebracht. In 1981, bij het tienjarig bestaan van het RD, waren er elke dag 5 hoofdexpediteurs, 40 sub-expediteurs en ruim 1100 bezorgers in de weer voor de bezorging van de krant.”

"Er werd begonnen met zeven journalisten en nog een aantal medewerkers. We begrepen dat toen er gestart werd met een eigen nieuwblad, niet de gehele krant gevuld kon worden. Men nam artikelen over uit de Nieuwe Apeldoornse Courant, en gaf hier letterlijk een eigen invulling in, doordat de redactie van het RD bepaalde welke artikelen gehandhaafd konden blijven en welke niet. Werkte dit concept?"

“De krant begon inderdaad met zeven tot tien redactionele pagina’s per dag, gemaakt door zes redacteuren en hoofdredacteur Janse. Het was een hele klus omdat het grootste deel van de medewerkers geen journalistieke ervaring had. Er was nog geen e-mail en internet, dus artikelen 2021 07 04 3werden samengesteld uit stroken papier van de telex, met schaar en lijmpot. Janse moest in die tijd zijn werk op afstand doen, omdat hij nog verbonden was aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij stuurde soms zijn commentaren daarvandaan per treinpost naar de redactie, zodat ze op het station in Apeldoorn door iemand opgehaald moesten worden. Kortom: het was een noodoplossing om zo een krant te willen maken. Daarom maakte de redactie inderdaad gebruik van kopij van anderen.
Vooral het kerkelijk nieuws, nieuws over de christelijke politiek -met name over de SGP- en de commentaren waren ‘eigen werk’.
We hadden nog geen correspondenten en een van de eerste taken was het aanstellen van een groep medewerkers die regionaal nieuws konden aanleveren. Daarnaast zocht de hoofdredactie naar theologen, opinieleiders en politici in eigen kring die hun visie konden geven op actuele ontwikkelingen. Het heeft maandenlang geduurd voor er zo'n eigen ‘gezicht’ aan de krant gegeven kon worden, maar gelukkig was er veel medewerking vanuit de achterban. In de loop van een paar jaar werden steeds meer pagina’s zelf gemaakt en vanaf begin 1974 gold dat voor alle pagina’s met uitzondering van de economiepagina.”

"Hoe ging het verder?"

“Naarmate de krant zich steeds beter kon onderscheiden van andere media, nam de belangstelling ervoor toe. In juli 1974 was het RD het snelst groeiende dagblad van Nederland. In oktober van dat jaar werd de mijlpaal van 30.000 abonnees bereikt. De directie wilde geen gebruik maken van de subsidies, die in die tijd verleend werden omdat de dagbladsector het moeilijk had. Directeur Bokma schreef: “Wij hopen dat we altijd voor dergelijke kunstgrepen worden bewaard. Vandaar ook dat we tot de zeer weinige kranten in Nederland behoren, die de subsidie uit de STER-pot hebben geweigerd.
Als we God mee hebben, dan hebben we alles mee.” Eind 1977 is het aantal abonnees gestegen tot 40.000.”

"Wat is het aantal medewerkers die verantwoordelijk is voor het verschijnen van het RD?"

"Omgerekend naar fulltime dienstverbanden, fte’s, werken er 166 mensen bij Erdee Media Groep. Iets meer dan de helft, 92 fte, is werkzaam bij de redactie, maar daar zijn ook de vormgevers en de redactie van familieblad Terdege in meegeteld.”

"Hoeveel abonnees telt de krant momenteel?"

"Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar het antwoord is niet zo simpel. In de loop van de jaren zijn er diverse abonnementsvormen ontstaan: behalve RD Compleet (zes dagen per week) ook RD Zaterdag en RD Weekend (op vrijdag en zaterdag).
In januari 1989 bereikte het RD de mijlpaal van 50.000 abonnees en nadien werd er natuurlijk hard gewerkt om de volgende sprong te maken, naar 60.000. Dat is echter nooit gelukt. Na de eeuwwisseling stagneerde de groei en begon een geleidelijke daling die inmiddels min of meer tot stilstand is gekomen. Er zijn nu nog circa 46.000 abonnees voor de verschillende edities van de krant en er is weer sprake van een lichte groei.”

"Er zijn naast de papieren uitgave van het RD in de loop van de jaren wel wat nieuwe elementen aan toegevoegd. Zo is er een eigen videokanaal, een eigen Facebookpagina en kan het dagblad ook on-line geraadpleegd worden. Is er bekend hoeveel mensen hiervan gebruik maken?"

“Inderdaad, dat is een belangrijke toevoeging. Want terwijl de belangstelling voor de papieren krant (net als bij andere dagbladen) geleidelijk afnam, steeg het bezoek aan de website. Er is een digitale vorm van de krant, de e-paper, en er is een abonnement dat toegang biedt tot alle nieuws op de website. Als je die abonnees optelt bij de ‘papieren’ abonnees, is er duidelijk sprake van een stijging en zitten we in op ruim 50.000 abonnees. We hebben abonnees uit alle windstreken, van China tot Canada en van Zuid-Afrika tot Finland.
Naast de abonnees hebben we ook veel mensen die onze site incidenteel bezoeken, want je kunt een beperkt aantal artikelen gratis lezen. In totaal hebben we elke maand circa 1 miljoen unieke bezoekers op onze website, elke dag zo’n 50.000 tot 60.000. Daarnaast volgen veel mensen ons via sociale media: YouTube (28.000), Facebook (23.400), Instagram (15.000) en Twitter (11.700).”

"Trekt dit ook belangstellenden aan buiten de eigen kerkelijke kring?"

"Als je al deze cijfers ziet en terugdenkt aan een halve eeuw geleden, dan word je er klein en stil van.
Het gebruik van internet en sociale media is zeker niet onomstreden, maar we proberen er toch vanuit dezelfde beginselen als onze oprichters gebruik van te maken om de reformatorische beginselen van onze krant brede bekendheid te geven in de samenleving. Dat is precies wat ds. Oosten, een van die oprichters, ons steeds heeft voorgehouden: we maken de krant niet om ‘onze zuil’ in stand te houden maar om een christelijk geluid te verspreiden in de samenleving, om weerstand te bieden aan de seculiere tijdgeest en het liberale denken dat helaas wijd verspreid is in ons land.
De papieren krant heeft buiten de kerkelijke kring nooit een groot bereik gehad, mede omdat de krant nauwelijks te verkrijgen is in boekhandels of andere losse verkoop. De digitale media maken nu mogelijk wat niet lukte met de papieren editie: we worden dikwijls gelezen door mensen die ons helemaal niet kennen. Denk maar aan die 1 miljoen bezoekers per maand op de site: dat is een veelvoud van de hele kerkelijke kring. Ter vergelijking: het aantal SGP-stemmers in Nederland was dit voorjaar 215.000.
Al die bezoekers komen bij ons via zoekmachines of verwijzingen op sociale media. Ze lezen onze artikelen, commentaren, onze dagelijkse meditatie, enzovoort. We merken ook aan de reacties dat ze ons niet goed kennen: soms zijn ze heel kritisch en fel vanwege onze principes, maar anderen zijn juist verrast en positief over onze stellingname.”

"Men hoort wel eens dat het Reformatorisch Dagblad zich onderscheid van andere kranten door zijn christelijke principes hoog in het vaandel te hebben staan en nimmer water bij de spreekwoordelijke wijn te doen. Kunnen we concluderen dat dit u geen windeieren legt?"

"Nou, dat is wat te snel gezegd. We doen inderdaad ons best om ons aan onze principes te houden, maar dat kost ons regelmatig abonnees die ons te strak vinden en menen dat onze standpunten niet meer van deze tijd zijn.
Daar komt bij dat we bij sommige kwesties de standpunten geleidelijk zien verschuiven. Neem het verbod op advertenties voor grammofoonplaten, dat in de begintijd van kracht was. Ik begrijp dat dit actueel was in de jaren zeventig van de vorige eeuw, vlak na de roerige jaren zestig toen christenen zich zorgen maakten over hippies met hun popmuziek enerzijds en evangelische groepen met hun gospelmuziek anderzijds. Maar zo'n verbod is inderdaad niet meer van deze tijd.
2021 07 04 4Daar staat tegenover dat we sommige standpunten beschouwen als essentieel en onopgeefbaar. Dan hebben we het over zaken waarbij het gezag en de autoriteit van Gods Woord in het geding is, zoals de vragen rond de historiciteit van de schepping, de scheppingsorde van man en vrouw en het huwelijk als een levenslange band tussen één man en één vrouw. Zulke standpunten zijn er ook op theologisch gebied: de soevereiniteit van God, het belang van de bevindelijke kennis van ellende, verlossing en dankbaarheid en de noodzaak van de wedergeboorte. Die standpunten spelen een rol bij onze keuzes voor auteurs en bronnen en ze liggen ook ten grondslag aan onze duidende artikelen. Waarbij ik er meteen aan toevoeg dat ons werk mensenwerk blijft, met alle gebreken van dien.
En daarbij is het goed om aan te geven dat we een krant zijn en geen kerkblad. We laten eerlijk zien wat er in de samenleving gebeurt. Ook zaken waar we zelf kritisch of negatief over zijn, krijgen wel aandacht. Het heeft geen zin om de werkelijkheid mooier voor te spiegelen dan ze is. Onze redenering is dan “Steviger staan door beter te zien”: onze lezers kunnen hun eigen standpunten beter bepalen en daar steviger van overtuigd raken als ze beter weten wat er om hen heen gebeurt.“

"Het gegeven zoveel mensen, zoveel meningen zal ook bij uw brede en daardoor gemêleerde achterban wel opgeld doen. Je kan nu eenmaal niet iedereen op zijn of haar wenken bedienen.
Hoe ondervangt u dit en betekent dat in de praktijk soms enigszins schipperen zonder iets van de principes af te doen?"

“Inderdaad, we kunnen het niet iedereen naar de zin maken. Maar dat is ook helemaal niet ons doel.
We moeten -als dat nodig is- eerlijk durven zijn over onze eigen kring want daar gaat ook regelmatig wat mis. En, zoals gezegd, die lezerskring is breed en geschakeerd. Sommigen vinden ons te smaldenkend, anderen vinden dat we te dikwijls water bij de wijn doen en dat we ‘opschuiven’.
Die discussie is er altijd geweest. Al in de eerste maand van het bestaan van het RD was er een fors meningsverschil in de lezerskring vanwege twee voorkeursacties in de SGP bij de Tweede Kamerverkiezingen. Zowel vanuit de ‘linkerflank’ als de ‘rechterflank’ werden kandidaten naar voren geschoven en beide partijen wilden hun geluid in de krant terugzien. Het leidde tot een felle discussie en uiteindelijk heeft directeur Bokma -toen ook tijdelijk hoofdredacteur- de knoop doorgehakt: “We stoppen hiermee. Het RD is er voor beide groeperingen, maar de krant kan niet gebruikt worden om elkaar de oren te wassen”.
Vandaag zien we hetzelfde rond een thema als vaccinatie. Dat speelde overigens ook in de jaren ’70.
De lezerskring is hierover sterk verdeeld en dan hanteren we min of meer hetzelfde standpunt als destijds, namelijk dat dit een gewetenszaak is. Een ander onderwerp waarover de RD-achterban verschillend denkt, is klimaatverandering en de noodzaak om daar ons gedrag en leefpatroon om aan te passen. Dat thema heeft de laatste jaren veel meer aandacht gekregen – ik vind dat terecht.
Het betekent voor de hoofdredactie niet zozeer dat we schipperen, maar wel dat we voortdurend op eieren lopen en proberen die uiteenlopende opvattingen te overbruggen in plaats van de verschillen uit te vergroten.”

"We willen graag voordat we afronden, u nog een laatste vraag stellen. Deze luidt als volgt: Bent u van mening dat er ook in de toekomst nog bestaansrecht zal zijn voor een krant als de uwe?"

“Als u bedoelt of er in de toekomst een krant zal blijven bestaan zoals het RD, dan doe ik daar liever geen uitspraak over. Als uw vraag is of er behoefte is aan nieuws belicht vanuit christelijk perspectief en aan een nieuwsmedium dat zich verzet tegen de geest van deze tijd, dan zeg ik volmondig ja. Tot de wederkomst van Christus. We leven in een tijd waarin de vorst van de duisternis zich met zijn laatste krachten inspant om het christelijk geluid de mond te snoeren. Hij verslaat zijn duizenden.
Maar er is een macht die sterker is dan satan. Christus heeft zijn kop al vermorzeld. En ik ben ervan overtuigd dat diezelfde God de oprichters van het RD kracht en moed gaf en Die gebed gaf voor onze krant".

"Hartelijk dank voor uw tijd en moeite. Moge de Heere uw werk zegenen".

"Graag gedaan".

 s1

 d1

 sw1

 v1

Haat Spraak  

 

Volkstem Vorige Uitgawes Advertensie